Landelijke Organisatie Kant Kunst
LOKK
AANKONDIGINGEN

Nieuw: de LOKK kringen hebben een eigen blog!!

De pagina Kinderen is vernieuwd!

AGENDA

Nieuwe cursussen:
Vrij Kantklossen 26-1
's Gravenmoerse kant 2-2
Reizende workshop 16-2

VEEL BEKEKEN

Kantklossen - wat heb ik nodig

Image­
Print deze pagina

Om te beginnen met kantklossen heb je een aantal dingen nodig. Natuurlijk klosjes en een kussen. Geen kussen om op te zitten of te liggen, maar een kantkloskussen. Verder spelden, garen en een prikking, het patroon om op te klossen.

Image
Kussen
Een kussen kun je maken van een stukje roofmate of een paar lagen ondertapijt. Het kussen hoeft ook niet rond te zijn. Wel is het fijn als het kussen ongeveer 40 x 40 cm is. Dan kunnen je klosjes goed op het kussen liggen. Als het kussen kleiner is, rollen de klosjes er makkelijk af.
Over het stukje roofmate of de lagen ondertapijt doe je een lapje stof en deze zet je met wat spelden vast. Over de roofmate kun je ook een gele vaakdoek leggen. Dan hoor je de klosjes minder (zie kussen maken).

Klosjes
Als je echte klosjes hebt, is dat natuurlijk heel mooi. Je kunt ze kopen bij een speciaalzaak voor kantklosmaterialen. Maar je kunt ook halve wasknijpers nemen om mee te beginnen. En als je het leuk vindt om te knutselen, kun je zelfs klosjes maken van papier (zie klosjes van papier).

Spelden
Eigenlijk kun je alle spelden gebruiken. Je hebt
spelden met gekleurde kopjes, glaskopspelden.
Je hebt ook spelden met kleine kopjes. Voor fijne
kanten heb je speciale fijne spelden, maar voor
de garens waarmee je leert kantklossen zijn die
niet nodig.­
Image­
Garens
Kantklossen werd vroeger gedaan met linnengaren.
Tegenwoordig wordt er veel geklost met katoenen garen.
Je kunt veel garens gebruiken. Bij de patronen wordt
aangegeven welk garen er gebruikt is. Voor onze
patronen gebruiken we meestal DMC garen, bijv.
DMC 8 of DMC 20. Het nummer achter DMC geeft
aan hoe dik het garen is. Hoe lager het getal, hoe
dikker het garen. DMC 8 is dus dikker dan DMC 20. ­
Image­
Prikking
Een prikking is het patroon waarop geklost wordt. Op de prikking staan stippen en lijnen. Op de stippen komen je spelden. De lijnen gaan van punt naar punt en daaraan kun je zien welke kant je opgaat.
Vaak is er ook een werktekening. Die is wat groter en hierop kun je zien wat je moet doen.
Over de prikking wordt een stukje plakplastic geplakt. Hiervoor kun je bijvoorbeeld doorzichtig kaftplastic gebruiken. Dit plastic voorkomt dat je kantwerk vies wordt, omdat de inkt afgeeft. Want de kant die op het kussen ligt, is de voorkant van het werk. Daarom zie je op de foto de kant ook altijd precies andersom dan het patroon op je kussen. Je kijkt tijdens het klossen naar de achterkant.­
Image­